Uncategorized

Ode aan de rebel

150 150 Pieter Marechal

Ode aan de rebel

Wanneer we vandaag naar Winston Churchill verwijzen is dat vooral nog vanwege zijn quote dat democratie het slechtste politieke systeem is, op alle andere na. Boris Johnson, burgemeester van Londen, schreef een biografie over de man die verkozen werd tot grootste Brit om de herinnering aan deze staatsman in leven te houden.
Maar eigenlijk is het vooral een pleidooi voor het belang van politici die over de zogenaamde Churchill-factor beschikken: de moed om tegen de stroom in te gaan. We horen vandaag vaak dat er te weinig politici zijn die nog dergelijke eigenschappen vertonen. Het levensverhaal van Churchill leert ons nochtans wat ons huidige politiek systeem kan doen om mannen en vrouwen van dergelijk kaliber af te leveren.

Zonder de koppigheid van Churchill had de uitkomst van de Tweede Wereldoorlog er helemaal anders uitgezien. Dat is de stelling waarmee het boek begint. Onder historici wordt ze ook vaak gerelativeerd. Maar als de Britten vredesgesprekken waren gestart met Duitsland nadat die in 1940 ook Nederland, België en Frankrijk onder de voet hadden gedrukt, dan had Hitler het alvast heel wat makkelijker gehad. De doorslaggevende interventie die uiteindelijk vanuit Amerika kwam, was er misschien nooit gekomen als Engeland niet was blijven vechten.
Die keuze die vandaag evident lijkt, was het toen helemaal niet. Laat ons nooit onderschatten dat het op sommige momenten in de geschiedenis echt wel aan één man kan liggen dat we onze wereld zoals we ze kennen te danken hebben. Een belangrijke vraag die we ons dan ook moeten stellen is: hoe komt het dat we het geluk hebben gehad dat die Winston Churchill net op dat bewuste moment in 1940 op de positie kwam te zitten waardoor hij zijn afspraak met de geschiedenis kon nakomen?

De biografie die Johnson schreef is vooral een ophemeling van Churchill. Kritiek ten opzichte van zijn grote held schuift de auteur gemakshalve aan de kant. Voor hem is dit boek dan ook een politiek instrument. Want net als Churchill wil hij aan het hoofd van de Conservatieve partij en uiteindelijk zijn land komen te staan. Net als Churchill is Johnson daar op het eerste zicht niet de meest evidente keuze voor, gezien onder meer zijn reputatie van flapuit met een nogal unieke stijl.
Los van de persoonlijke ambities die Johnson koestert, wil ik hem wel volledig bijtreden in zijn stelling: ook vandaag hebben we politici nodig die tegen de stroom in beslissingen durven te nemen. Politici met de zogenaamde Churchill-factor. Maar zo’n politici komen niet uit de lucht gevallen. Dat leert de casus van Churchill ons.

Winston

Zoals Johnson in zijn biografie aangeeft was dat eigenlijk een vreemde speling van het lot. Winston Churchill herinneren we ons als die gerespecteerde dikke man met de sigaar. Maar zo iemand wordt je niet van zelf. Het proces dat leidde tot de vorming van die grootste Brit aller tijden verliep helemaal niet van een leien dakje.
De carrière van Churchill begon bij het leger. Ondanks dat de man een telg was uit een geslacht van hertogen met één van de grootste paleizen van Engeland, had de jonge Churchill wel degelijk nood aan een inkomen.
(Kijkers van populaire series als ‘Downton Abbey’ weten dat de uiterlijke schijn van de Britse aristocratie vaak cashflow problemen met zich meebracht. Hun levensstijl moest bijvoorbeeld vaak door Amerikaanse kapitalen worden gefinancierd die in Engeland kwamen via het huwelijk van hertogen met Amerikaanse erfgenamen. Ook Churchill’s moeder was zo’n Amerikaanse erfgename).
Om een inkomen te vergaren ging Churchill vanop het slagveld aan de slag als journalist. Tot grote ergernis van zijn officieren die in de kranten te lezen kregen wat zij fout deden en dat nota bene geschreven door een van hun eigen soldaten. De jonge Churchill liet ook nooit na om met de nodige zin voor dramatiek zijn eigen daden als heldhaftiger naar buiten te brengen dan die van zijn kameraden.
Ook toen hij in de politiek ging kon hij het niet laten tegen schenen te schoppen. Churchill begon zijn politiek bestaan met het oprichten van een groepering, de Hughligans, om interne oppositie te voeren tegen de partijtop. Toen het de Conservatives minder voor de wind ging, liep hij over naar de Liberals om voor hen in het parlement te zetelen. Maar wanneer die partij op z’n laatste benen liep, kwam Churchill doodleuk terug aansluiten. Dankbaarheid voor het terug opnemen van de verloren zoon kreeg de partij echter niet, Churchill liet als vanouds zijn kritische stem luid weerklinken.

De traditie van de rebel

Het verhaal van Churchill kan uniek lijken. Ongetwijfeld kan enkel de zoon van een hertog het zo bont maken dat hij op die manier een politieke carrière kan doormaken die hem uiteindelijk tot het premierschap brengt. Ook vandaag nog tonen heel wat politieke dynastietjes aan dat aan politiek doen vaak makkelijk gaat wanneer je tot een familiebedrijfje kan toetreden. Ook Winston trad in de voetsporen van zijn vader. De vroeg overleden Randolph Churchill had het zelf tot minister weten te schoppen, ook ondanks zijn rebelse stijl.
(Randolph Churchill werd op een gegeven moment zelfs tot een duel uitgedaagd door de toenmalige prins van Wales. Als de erfgenaam van de troon zich dermate aan je stoort dat hij je uitdaagt tot een duel, toen deze nog meestal eindigden in de dood van één van beide deelnemers, dan kan je wel stellen dat je je hoofd boven het maaiveld uitsteekt).
Maar de rebelse politicus die tegen de stroom inzwemt en tegen alle verwachtingen in het hoofd boven water kan houden was helemaal geen voorrecht van de rijke aristocratie. Meer zelfs, zoals Winston in de voetsporen trad van zijn vader, was Randolph het geestenkind van the first rebel with a cause: Benjamin Disraeli.
Deze zoon van een jood had geen fortuin en slaagde er, na enkele mislukte avonturen, als schrijver in aan het pad van zijn roem te timmeren. Al snel probeerde hij het ook in de politiek waar te maken. Dit in een periode toen joden de toegang tot het parlement nog werd ontzegd. Disraeli was dan wel als kind gedoopt in de Anglicaanse Kerk maar dat maakte zijn strijd er niet minder makkelijk op. Toen hij na meerdere pogingen eindelijk in het parlement terecht kwam, werd hij tot grote consternatie van de partijleiding de leider van de groep ‘Young England’ die een nieuwe koers voor de partij propageerde. Als zoon van een jood was hij ook hier een vreemd eend in de bijt binnen de groep die verder bestond uit zonen van rijke geslachten die allemaal aan de betere universiteiten hadden gestudeerd. Disraeli zelf had geen diploma.
Een lange carrière van rebelse daden (waar ik hier niet dieper op zal ingaan maar die absoluut de moeite zijn om te lezen, het levensverhaal van Benjamin Disraeli is uniek en zou breder bekend moeten zijn), sloot Disraeli uiteindelijk af als uiterst gewaardeerde premier die het Britse Rijk terug stabiliteit gaf. Onder andere door de aankoop van het Suez-kanaal en de vrede van Berlijn.
De Conservatives zien hem nog steeds als de vader van hun huidige partij.

Moeilijke momenten vragen om moedige mannen. En in Engeland weten ze dat dat soort politici niet gevormd worden door een politiek leven lang ja-knikken. Dus toen Engeland in 1940 een premier nodig had om ze door de oorlog heen te loodsen wisten de politieke partijen dat ze iemand zochten die onpopulaire keuzes zou durven maken.
Een man die geen angst zou hebben om tegen schenen te stampen en die geen rekening zou houden met allerlei gevoeligheden. Dat is wat je nu eenmaal nodig hebt op momenten van echte crisis. Churchill was de juiste man op de juiste plaats. En voor hem waren er ook al anderen geweest die ook op de juiste momenten aangesproken konden worden.
Churchill mag dan op meerdere punten uniek zijn geweest en het Britse politieke systeem was er zeker niet op gericht om enkel rebellen op te leiden, maar ze werden er wel geduld en men slaagde erin ze een plaats te geven. Vroeg of laat breekt namelijk het moment aan dat zo’n rebel van pas komt.

Politiek is vloeibare geschiedenis

Laat ons hopen dat de omstandigheden waarin Churchill zijn genie moest laten blijken nooit meer voorkomen. Maar op grote en kleine schaal staat onze politiek vandaag nog steeds voor belangrijke uitdagingen die de toekomst van ons allemaal vormgeven.
Harry Mulisch omschreef geschiedenis als gestolde politiek en politiek als vloeibare geschiedenis. Toch lijkt het soms alsof we het niet langer met hem eens zijn. Veel van onze politici lijken niet te beseffen dat ze mee vormgeven aan iets groter dan louter zichzelf. De waan van de dag heeft het de afgelopen jaren vaak overgenomen. Men lijkt bang dat de lange termijn als leidraad hanteren wel eens zou kunnen ingaan tegen de noodzakelijke populariteit die ze hier en nu moeten genereren om bij de volgende peiling een procentje beter te scoren.

Ga in de geschiedenis van gelijk welke democratie kijken; er zijn voorbeelden te vinden van politici die we herinneren en vieren voor hun visie om net datgene te doen wat inging tegen de manier waarop alles toen leek te gaan.
Om maar één voorbeeld te noemen: Wilfried Martens herdenken we vandaag als een groot Belgisch premier en leider van de Europese Volkspartij. Maar hij was lang daarvoor de jonge man die betogingen organiseerde voor de erkenning van het Nederlands op de Wereldtentoonstelling van 1958. Hij durfde te pleiten voor het federalisme binnen de christendemocratische partij op een moment dat die term nog als staatsgevaarlijk werd beschouwd.
De visie maar vooral het doorzettingsvermogen en ook de koppigheid van dergelijke figuren hebben de wereld heel veel of een klein beetje veranderd. Hoe zijn al die jaren verlopen voor ze de positie bemachtigden die hen in staat stelde die veranderingen aan te brengen? Zijn ze op een dag opeens uit het niets opgestaan en beslisten ze om rebels te worden? Neen, dat waren ze ervoor ook al. En net daarom moet een democratisch politiek systeem de rebel aanvaarden en zelfs koesteren. Ook wanneer hij of zij nog niet stevig genoeg staat om de belangrijkste posities op te nemen.

Jong Vlaanderen

De vraag die we ons vandaag dus kunnen stellen is of een toekomstige Churchill met z’n rebelse daden al die jaren zou geduld worden vooraleer hij of zij het hoogste schavotje van de politiek kan bereiken.
We kennen verschillende jonge politici die vandaag al vanuit de parlementen en daarbuiten regelmatig durven te zeggen wat velen niet willen horen. Het is nu hopen dat de nieuwe generatie jonge partijleiders de meerwaarde inziet van jonge politici die aanvoelen dat alleen dode vissen met de stroom meegaan. Op de eerste variant van de Vlaamse Hughligans is het voorlopig nog wachten, maar vroeg of laat zal ook hier een ‘Jong Vlaanderen’ vorm krijgen.
De kans is natuurlijk eerder klein dat partijleiders de nieuwe Churchill aan het vormen zijn wanneer ze een koppige jonge rebel een verkiesbare plaats geven of de hand boven het hoofd houden wanneer hij of zij eens zogenaamd te straffe uitspraken doet. Maar onze democratie heeft er absoluut nood aan. Ook wanneer we het gewoon hebben over de uitdagingen van elke dag moeten we de rebelse mening binnen de politiek terug durven omarmen.

Pieter Marechal – 10 november 2015